- 4 middelgrote rode bieten
- 1.2 ½ Goudreinet appel
- 2 kleine augurken
- 1 klein sjalotje
- 1 el kappertjes
- 3 takjes peterselie
- 1 takje tijm
- 1 snufje Zeezout & versgemalen zwarte peper
- 1 tl Balsamico azijn
- 1 el appelciderazijn
- 1 el Olijf olie
- 1 tl Mosterd Dijon
- 100 g crème fraîche
- 1 a 2 tl mierikswortel uit pot, naar smaak
- 1 tl citroensap
- 30 g Walnoten
- 1 tl mosterdzaad
- 50 ml appelciderazijn
- 50 ml water
- 1 el suiker
- 1 takje kervel
- 1 scheut mooie olijfolie
Pof en rook de bietenWas de bieten en laat de schil intact. Pof ze direct op de hete kolen van de kamado tot ze met een mes gemakkelijk in te prikken zijn. Reken op ongeveer 45 tot 75 minuten, afhankelijk van de grootte. Geef ze tijdens de laatste 15 tot 25 minuten wat rook van mild rookhout, bijvoorbeeld appelhout. Laat afkoelen, verwijder de schil en snijd de bieten in kleine blokjes van circa 3 mm. Maak de tartaarSnijd sjalot fijn, de appel en augurken in kleine blokjes. Hak de kappertjes en peterselie. Meng alles met de biet, olijfolie, Dijonmosterd, appelciderazijn, balsamico en tijm. Breng op smaak met zout en peper.Proef en stuur bij: de biet mag zoet en aards blijven, maar de zuren mogen het geheel levendig maken. Laat de tartaar 10 minuten rusten en giet overtollig vocht zo nodig af. Bereid de mierikswortelcrèmeMeng de crème fraîche met de mierikswortel en het citroensap. Breng op smaak met zout. Houd de crème fris en licht pittig, zodat deze de rooksmaak ondersteunt en niet overheerst. Geef het gerecht een frisse crunchRooster de walnoten in een gietijzeren skillet tot ze geuren en licht kleuren. Laat afkoelen en hak grof.Breng het mosterdzaad met de appelciderazijn, het water en de suiker aan de kook. Laat zachtjes koken tot de zaadjes iets zachter zijn, circa 10 tot 15 minuten. Laat afkoelen in het vocht. Giet voor het serveren af.