Ingrediënten
Bereiding
Mise en place
Rook de hazelnoot
Steek de kamado aan en breng deze naar ongeveer 120-130 °C voor indirecte bereiding.Leg een klein blokje eiken-rookhout op de gloeiende kolen. Zet de hazelnoot in een gietijzeren skillet op het rooster.Rooster en rook de hazelnoot ongeveer 8-14 minuten. Schep regelmatig om en houd hem goed in de gaten. De hazelnoot moet licht goudbruin worden en een subtiele rooksmaak krijgen, niet donkerbruin.Laat de hazelnoot afkoelen.
Bereiding
Maak de peer
Schil de peer en snijd hem in kleine, gelijke blokjes.Snijd de sjalot ragfijn.Meng peer en sjalot met 1 eetlepel van de gembersiroop en 1 theelepel citroensap. Breng licht op smaak met een snufje zout.Zet koel weg terwijl je de rest bereidt.Maak de gemberdressing
Meng de crème fraîche met de resterende 1 eetlepel gembersiroop, olijfolie en 1 theelepel citroensap.Roer tot een gladde dressing en breng op smaak met zeezout en zwarte peper.De dressing moet romig zijn, maar nog duidelijk fris en licht van structuur. Voeg eventueel een paar druppels water toe als hij te dik is.Maak de persillade
Hak de peterselie zeer fijn.Wrijf de knoflook met een mes plat en hak of wrijf deze tot een fijne pasta.Meng met de olijfolie en een klein snufje zout.Proef. De persillade mag kruidig en fris zijn, maar niet naar knoflooksaus smaken.Maak de witlof klaar
Verwijder het kontje van de witlof en haal de blaadjes voorzichtig los.Kies de mooiste blaadjes uit en leg ze als een losse bloem op vier borden.Verdeel de veldsla ertussen.Opbouwen
Verdeel het peer-sjalotmengsel over de witlof.Lepel de gemberdressing er losjes overheen. Houd eventueel een kleine hoeveelheid achter om aan tafel toe te voegen.Verdeel vervolgens de persillade subtiel over de salade.Maak het geheel af met de gerookte hazelnoot.Breng eventueel nog één keer op smaak met een beetje zwarte peper en een paar korrels zeezout.
Notitie
Wil je de salade nog iets meer 'buiten' maken? Grill een paar van de mooiste witlofblaadjes heel kort boven direct vuur, (of gietijzeren rooster) zodat ze aan de rand licht kleuren maar hun crunch behouden.
Leg die tussen de rauwe blaadjes.
Dan krijg je in één salade drie lagen: knapperig, fris en een vleugje vuur.
